Reglement

Orde van advocaten bij het Hof van Cassatie

Reglement van het examen, bedoeld in art. 478, tweede lid, Ger. W.

Gecoördineerde versie

Inleiding en verantwoording

Bij artikel 2 van de wet van 6 december 2005 tot hervorming van de toegang van advocaten tot het Hof van Cassatie, in werking getreden op 1 januari 2007, werd het tweede lid van art. 478 Ger. W. vervangen. Het luidt als volgt (na wijziging bij wet van 27 december 2006) : « De kandidaten moeten ten minste tien jaar bij de balie ingeschreven geweest zijn en geslaagd zijn in het examen georganiseerd door de Orde van advocaten bij het Hof van Cassatie » .

Door deze wettekst wordt het examen een bijkomende wettelijke benoemingsvoorwaarde voor het ambt van advocaat bij het Hof van Cassatie. Het examen sluit aan bij de meerjarige en veeleisende beroepsopleiding die bedoeld is om de beroepsbekwaamheid te garanderen van de advocaten bij het Hof van Cassatie (Gedr. St. Kamer, Verslag-Muls, 2005-06, 51-1651/002, p. 3).

De Raad van de Orde van advocaten bij het Hof van Cassatie heeft beslist om de organisatie van dit examen op de volgende wijze te regelen en hierbij de Raad voor de Beroepsopleiding te betrekken.

***

De Raad voor de Beroepsopleiding is samengesteld uit de Stafhouder van de Orde van advocaten bij het Hof van Cassatie of de plaatsvervangende pro-Stafhouder, een door de Eerste Voorzitter aangewezen lid of plaatsvervangend lid van het Hof van Cassatie, al dan niet op rust gesteld, en een door de Procureur-generaal aangewezen lid of plaatsvervangend lid van het Parket bij ditzelfde Hof, al dan niet op rust gesteld.

Nemen tevens deel aan de vergaderingen van de Raad voor de Beroepsopleiding, twee advocaten bij het Hof die door de Raad van de Orde worden aangewezen om in te staan voor de praktische organisatie van de beroepscyclus en om het secretariaat van de Raad voor de Beroepsopleiding waar te nemen. Deze advocaten zijn evenwel niet stemgerechtigd op de vergaderingen.

De opdracht van de Raad voor de Beroepsopleiding bestaat in:

–        de aanwijzing van de leden van de examencommissie;

–        de bepaling van het bedrag van het inschrijvingsgeld dat voor elk jaar van de beroepsopleiding is verschuldigd;

–        de bepaling, bij het begin van elke cyclus, van het programma van het hierna omschreven theoretische en praktische deel van het examen; 

–        het selecteren, voor goedkeuring door de examencommissie, van de dossiers die voorwerp zullen uitmaken van de eindproef;

–        het selecteren van de dossiers die voorwerp zullen uitmaken van de praktische oefeningen;

–        adviesverlening bij eventuele wijzigingen aan de beroepsopleiding en het examen.

***

De Raad van de Orde heeft ook, op advies van de Raad voor de Beroepsopleiding, een overgangsregeling uitgewerkt (artikel 7), rekening houdend zowel met de invoering van voornoemde nieuwe benoemingsvoorwaarde als met de voorbije programma’s van beroepsopleiding: de advocaten die in het bezit zijn van een attest inzake de beroepsopleiding van vóór 1 januari 2007, zijn vrijgesteld van het theoretisch deel en van de praktische oefeningen. Zij zullen dus enkel de eindproef moeten afleggen.

Examenreglement

Art. 1. Inschrijvingsvoorwaarden

  • 1.

Het examen bedoeld in artikel 478, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, wordt georganiseerd in het kader van elke vierjarige beroepsopleiding voor het ambt van advocaat bij het Hof van Cassatie, en is dus slechts toegankelijk voor de advocaten die regelmatig zijn ingeschreven voor deze opleiding.

  • 2.

Om ingeschreven te kunnen worden voor de opleiding, moet de kandidaat op datum van inschrijving ingeschreven zijn op het tableau van de advocaten van een Belgische Orde. De kandidaat moet aan die voorwaarde blijven voldoen gedurende de volledige opleiding, met inbegrip van de dag van de eindproef.

  • 3.

Bij het begin van elk jaar van de vierjarige opleiding zal de kandidaat een inschrijvingsgeld betalen, waarvan het bedrag door de Raad voor de Beroepsopleiding wordt bepaald.

Art. 2.  Het examen en de examencommissie

  • 1.

Het examen bestaat uit drie delen: een theoretisch deel, een praktisch deel en een eindproef.  

  • 2.

Om de vier jaar zal de Raad voor de Beroepsopleiding, op het einde van het gerechtelijk jaar dat samenvalt met het vierde jaar van de lopende beroepsopleiding, de samenstelling van de examencommissie vastleggen voor de daarop volgende opleiding.

  • 3.

De examencommissie bestaat uit drie leden, met name een door de Eerste Voorzitter aangewezen lid of plaatsvervangend lid van het Hof van Cassatie, al dan niet op rust gesteld, een door de Procureur-generaal aangewezen lid of plaatsvervangend lid van het Parket bij ditzelfde Hof, al dan niet op rust gesteld, een door de Raad van de Orde aangeduid lid van de balie bij het Hof van Cassatie.

  • 4.

De examencommissie heeft als opdracht:

–        bepalen, in onderling overleg met de lesgevers, van de vragen van het theoretisch deel van het examen en van de objectieve criteria voor de toetsing van de antwoorden in het theoretisch en het praktisch deel van het examen en in de eindproef;

–        bepalen, na advies van de Raad voor de Beroepsopleiding, van de examendata en alle overige voorwaarden voor de organisatie van de examens;

–        goedkeuren van de door de Raad voor de Beroepsopleiding geselecteerde dossiers die voorwerp zullen uitmaken van de eindproef;

–        evalueren van de kandidaten;

–        beslissen over de op te leggen sanctie bij het begaan van onregelmatigheden door kandidaten.

Art. 3. Theoretisch deel van het examen

  • 1.

Het theoretisch deel van het examen wordt georganiseerd na afloop van het eerste jaar van de beroepsopleiding dat gewijd is aan theoretische cursussen over het cassatieberoep en de cassatieprocedure. Het bestaat uit het schriftelijk beantwoorden van vijf vragen die voor elk opleidingsonderdeel en, na onderling overleg, worden opgesteld door de lesgevers van het eerste jaar van de beroepsopleiding. De Nederlandstalige en de Franstalige kandidaten zullen dezelfde vragen dienen te beantwoorden.

  • 2.

De maximale duur van het theoretisch deel van het examen bedraagt drie uur.

  • 3.

De examencommissie zal de antwoorden van alle kandidaten op eenvormige wijze beoordelen aan de hand van vooraf, na overleg met de lesgevers, goedgekeurde objectieve criteria en vervolgens aan elke kandidaat een cijfer op 20 toekennen. Een kandidaat is geslaagd voor het theoretische deel indien hij minstens 12 punten op 20 heeft behaald. Alleen geslaagde kandidaten worden toegelaten tot het praktische deel van de beroepsopleiding.

Art. 4. Praktisch deel van het examen

  • 1.

Het praktische deel van het examen is verspreid over het tweede, het derde en het vierde jaar van de opleiding.

  • 2.

Dit praktische deel van de opleiding bestaat uit praktische oefeningen op basis van dossiers geselecteerd door de Raad voor de Beroepsopleiding. De opdrachten zullen worden besproken tijdens werkvergaderingen, geleid door de lesgevers.

  • 3.

De schriftelijke en mondelinge prestaties zullen op eenvormige wijze worden beoordeeld aan de hand van vooraf goedgekeurde criteria. De kandidaten die telkens minstens 50% van de punten hebben behaald op de opdrachten hen toegekend in het raam van het tweede, het derde en het vierde jaar van de beroepsopleiding, worden toegelaten tot de eindproef. De punten worden aan de kandidaten toegekend door een jury, samengesteld uit de lesgevers en de examencommissie.

Art. 5. De eindproef

  • 1.

De eindproef van het examen bestaat uit het opstellen van een verzoekschrift tot cassatie in een burgerlijke zaak aan de hand van een dossier. De Raad voor de beroepsopleiding selecteert met het oog daarop twee zoveel mogelijk gelijkaardige dossiers, resp. voor de Nederlandstalige en de Franstalige kandidaten, met een vergelijkbare moeilijkheidsgraad, en legt die dossiers voor goedkeuring voor aan de examencommissie

  • 2.

De maximale duur van de eindproef bedraagt vijf uur.

  • 3.

De examencommissie zal de door de kandidaten opgestelde verzoekschriften tot cassatie op eenvormige wijze beoordelen aan de hand van vooraf opgestelde objectieve criteria en vervolgens aan elke kandidaat een cijfer op 40 toekennen.

Art. 6. Eindevaluatie

  • 1.

Het totaal van de punten behaald voor de drie jaren van het praktische deel, herleid naar  20, wordt toegevoegd aan de punten behaald voor de eindproef. Een kandidaat is geslaagd voor het examen als dit totaal minstens 36/60 bedraagt.

  • 2.

De kandidaat die het cijfer van 36/60 niet behaalt, maar die minstens een gemiddelde van 14/20 voor het praktische deel van een beroepsopleiding behaalt, is toegelaten om aan de eindproef van de volgende opleiding deel te nemen en is, op zijn verzoek, vrijgesteld om de cursussen te volgen en om aan het theoretische deel van het examen en aan de oefeningen van het praktische deel van deze opleiding deel te nemen. Deze vrijstelling mag slechts één keer toegekend worden, en alleen voor de eindproef van de opleiding die onmiddellijk volgt op deze waarvoor de kandidaat minstens een gemiddelde van 14/20 voor het praktische deel behaalde.

Art. 7. Overgangsbepaling

De kandidaten die in het bezit zijn van een vóór 1 januari 2007 door de Orde van advocaten bij het Hof van Cassatie afgeleverd attest inzake de beroepsopleiding, zijn vrijgesteld van het theoretische deel en van de praktische oefeningen van de opleiding en zullen dus enkel de eindproef bedoeld in artikel 5 afleggen. Een kandidaat is geslaagd voor het examen indien hij voor die eindproef minstens 24 punten op 40 heeft behaald.

 

Met behulp van de tabbladen krijgt u toegang tot

– de Basisinformatie over de cassatiebalie (samenstelling en coördinaten, opleiding, gerechtskosten, lexicon van termen eigen aan de cassatieprocedure, geschiedenis),

– het Tableau van de cassatiebalie, d.w.z. de lijst met de coördinaten van haar leden,

– een Vademecum (FAQ) met een antwoord op vaak gestelde vragen over cassatie,

– een Extranet dat toegang verleent tot een deel van de website dat voorbehouden is aan de leden van de balie bij het Hof van Cassatie en aan wie daartoe een tijdelijk paswoord kreeg.

CONTACT

Met behulp van de tabbladen krijgt u toegang tot

– de Basisinformatie over de cassatiebalie (samenstelling en coördinaten, opleiding, gerechtskosten, lexicon van termen eigen aan de cassatieprocedure, geschiedenis),

– het Tableau van de cassatiebalie, d.w.z. de lijst met de coördinaten van haar leden,

– een Vademecum (FAQ) met een antwoord op vaak gestelde vragen over cassatie,

– een Extranet dat toegang verleent tot een deel van de website dat voorbehouden is aan de leden van de balie bij het Hof van Cassatie en aan wie daartoe een tijdelijk paswoord kreeg.

Contactgegevens